Autisme

Wanneer een leerling autisme heeft kan dit gevolgen hebben voor de manier waarop hij/zij functioneert in het onderwijs. Leerlingen met autisme zijn vaak gebaat bij een goede structuur en regelmaat. Zij kunnen er soms moeite mee hebben als zaken ineens anders lopen dan normaal en hebben een goede begeleiding vanuit de school nodig.

In sommige gevallen kan een leerling met autisme meer ondersteuning nodig hebben dan de reguliere ondersteuning die de school op dat moment biedt. Wanneer een leerling buiten deze zogenoemde ‘basisondersteuning’ valt kan de school voor deze leerling een OPP (OntwikkelingsPerspectiefPlan) opstellen, waarin in onder andere wordt uitgeschreven welke extra ondersteuning de school aan de leerling biedt en op welke manier deze ondersteuning wordt ingezet. Afspraken die vastgelegd worden in het OPP kunnen bijvoorbeeld zijn dat er een ambulant begeleider wordt ingezet voor een aantal uren in de week en/of dat er dagelijks pictogrammen door de leerkracht worden ingezet om de dagstructuur voor de leerling inzichtelijk te maken.

In een aantal gevallen kan het zijn dat een leerling met autisme meer nodig heeft dan de school kan bieden middels een individueel OPP. Het kan dan zijn dat de school aangeeft dat een leerling naar hun mening beter af is in een gespecialiseerde vorm van onderwijs, het speciaal basisonderwijs (SBO) of het speciaal onderwijs (SO). 

Verschil SBO en SO

Het speciaal basisonderwijs is een vorm van regulier onderwijs voor leerlingen die zich op het “normale” reguliere onderwijs niet optimaal ontwikkelen. Het gaat hierbij echter om lichtere problematiek dan waar leerlingen op het SO mee te maken hebben. Leerlingen op het SBO hebben vaak te maken met leer- en ontwikkelingsachterstanden, waar op het SO de grootste groep leerlingen een gediagnosticeerde stoornis heeft (bijv. ADHD, ASS, ODD).

Internaliserend versus externaliserend

De overstap naar het SO is voor sommige leerlingen en ouders niet altijd even makkelijk. Een veelvoorkomende angst die ouders hebben is dat de leerlingen op het SO een negatieve invloed zouden kunnen hebben op het gedrag van hun kind, er zit immers een grote groep leerlingen met gedragsproblemen en dat gedrag kan gekopieerd worden. Wanneer er een keuze gemaakt moet worden voor een SO school is het dan ook aan te raden om u goed te laten informeren over de school en een keer een kijkje te nemen in de school, zo krijgt u een idee van hoe het er op de school aan toe gaat en of u hier een prettig gevoel bij heeft. Daarnaast is het goed om in acht te nemen dat iedere SO school anders is en een andere doelgroep kan hebben. Zo zijn er SO scholen waar voornamelijk kinderen zitten met internaliserende problematiek maar zijn er ook scholen waar externaliserende problematiek het meeste voorkomt. Leerlingen met internaliserende problematiek zijn leerlingen waarbij het gedrag naar binnen is gericht. Hierbij kan gedacht worden aan de leerlingen die ‘in hun eigen wereld leven’ en vaak van nature wat meer op de achtergrond staan. Externaliserende problematiek daarentegen kenmerkt zich door gedrag dat naar buiten is gericht, dit zijn vaak de drukkere leerlingen die meer op de voorgrond staan. Deze twee groepen staan bijna haaks tegenover elkaar en het kan in sommige gevallen goed zijn om na te gaan bij welke groep de leerling zich het meest prettig voelt. 

Niet eens met het type onderwijs?

Soms zijn ouders en scholen het niet eens over het type onderwijs dat het beste past bij de leerling. Wanneer dit verschil in inzicht niet in onderling overleg opgelost kan worden dan kunnen scholen en ouders in sommige gevallen contact opnemen met het samenwerkingsverband (SWV) voor hulp en/of advies. Leidt ook dit niet tot een oplossing dan kan men contact opnemen met Bureau Onderwijsconsulenten.